Relevantie Kindreflex

De kinderrechten, die vastgelegd werden in het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK), zijn het maatschappelijk kader van waaruit er gekeken wordt naar de positie en het welzijn van minderjarigen in onze maatschappij. Kinderen zijn actieve participanten aan onze maatschappij die eigen rechten hebben.

De Kindreflex vindt hierin zijn basis. Kinderen hebben recht op bescherming tegen mishandeling, misbruik en verwaarlozing (Art. 19) en recht op een goede opvoeding (Art. 18). Het belang van kinderen moet altijd voorop staan in beslissingen en maatregelen (Art. 3). Bovendien hebben ze recht op een eigen mening en moet er naar hen geluisterd worden (Art. 12). Om die mening goed te kunnen vormen hebben ze recht op informatie (Art 17). Ze hebben recht op de grootst mogelijke mate van gezondheid (Art. 24) en als ze slachtoffer worden van geweld, mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing of uitbuiting hebben ze recht op passende hulp ter bevordering van hun herstel (Art.39).

De rechten van het kind zijn een uitgangspunt in het streven naar een verbeteren van de positie en het welzijn van minderjarigen. De Kindreflex vertrekt vanuit dit streven.

Heel wat hulpverleners werken vandaag vraaggestuurd en zijn niet geneigd om naar de kinderen en het ouderschap te vragen wanneer de cliënt hier zelf geen hulpvraag over heeft. De Kindreflex streeft er echter naar om hier wel systematisch bij stil te staan en dit om volgende vier redenen:

Reden 1: Vlaanderen telt heel wat kinderen die opgroeien bij een ouder of in een gezin met problemen wat negatieve gevolgen kan hebben voor hun welbevinden.

Heel wat kinderen groeien op in een moeilijke thuissituatie of in situaties waar de opvoeding onder druk staat. Het risico op mishandeling en verwaarlozing blijkt bovendien groter te zijn wanneer een aantal factoren in het leven van de ouders aanwezig zijn die een impact hebben op het welbevinden van de kinderen zoals: psychische problemen, verslaving, eigen negatieve jeugdervaringen, hoge mate van stress, financiële problemen, huiselijk geweld, …

Internationaal onderzoek toont aan dat 10 tot 15% van de kinderen opgroeit in een risicovolle situatie en 3% te maken krijgt met ernstige vormen van kindermishandeling waarbij gespecialiseerde hulp nodig is.

Op vlak van psychische problemen zijn er in Vlaanderen op jaarbasis naar schatting 378.000 KOPP-kinderen. Dit zijn kinderen die opgroeien bij een ouder met psychische problemen of een afhankelijkheidsproblematiek. Deze inschatting is vermoedelijk een onderschatting, aangezien heel wat ouders hun psychisch probleem niet erkennen. Onderzoek toont aan dat opgroeien bij een ouder met een psychisch probleem nefaste gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling, het gedrag en de beleving van kinderen (Hosman et al., 2009). Minstens een derde van de KOPP-kinderen ontwikkelt later zelf een ernstig en langdurig psychisch probleem. Nog eens een derde ervaart problemen van voorbijgaande aard. Andere cijfers laten zien dat KOPP-kinderen 5 keer vaker in contact komen met de geestelijke gezondheidszorg dan andere kinderen. Dit komt deels doordat psychische problemen het opvoederschap van ouders sterk beïnvloeden. Veelvoorkomende opvoedingsproblemen bij ouders met psychische problemen zijn (Bifulco et al.2002; De Dekker et al., 2014; Elgar et al., 2007; Harnish et al., 1995; Murray et al., 2003; Van der Maas, 2010):

  • Niet of gespannen reageren
  • Extreem kritisch of vijandig zijn
  • Een chaotische, onvoorspelbare opvoedstijl hanteren
  • Moeilijkheden hebben met het regelen van het huishouden
  • Beschikken over beperkte opvoedkennis en -vaardigheden
  • Moeilijkheden hebben om opvoedkundige taken ter harte te nemen
  • Tekortschieten bij administratieve taken

Reden 2: Cliënten met kinderen voelen zich niet altijd even goed ondersteund in hun rol als ouder ze zijn wel eens bezorgd en zittten met vragen.

Veel ouders zijn wel eens bezorgd over de opvoeding of de ontwikkeling van hun kind. Kleine vragen en opvoeding gerelateerde zorgen zijn normaal. Ze komen bij elke ouder voor en zijn van alle tijden. Er zijn meer ouders met vragen en zorgen over de opvoeding dan ouders zonder vragen en zorgen.

4 grote thema’s waarover men zich zorgen maakt:

  • De aanpak van de opvoeding en het ouderschap in het algemeen
  • Het omgaan met het moeilijk gedrag van de kinderen
  • Sociaal emotionele problemen van het kind
  • School

Enkele globale cijfers:

  • 1 op 5 van de ouders vindt opvoeden emotioneel uitputtend
  • 1 op 4 van de ouders vindt opvoeden lichamelijk uitputtend
  • 94% vindt zichzelf in staat om te zorgen voor de kinderen
  • 1 op 3 vindt ouderschap moeilijker dan verwacht
  • 1 op 4 zegt soms zijn kind niet in de hand te hebben
  • 6,5% heeft vaak het gevoel de opvoeding niet aan te kunnen

Ouders verwachten in de eerste plaats dat ze iemand treffen waarin ze vertrouwen kunnen stellen en een luisterend oor vinden. Pas in tweede instantie verwachten ze advies en hulp bij hun probleem.

DWVG, Gezinsenquête 2016; Gezinnen in Vlaanderen over kindgedrag en opvoedingsgedrag en de sterktes en eventuele moeilijkheden hierbij (Bastaits, K., Van Leeuwen, K. & Travers, N.)

Een recent Nederlands onderzoek uitgevoerd bij kinderen die opgroeien bij ouders met psychische problemen of een afhankelijkheidsproblematiek en hun ouders toont dat:

  • 73 % van de ouders zich zorgen maakt over de ontwikkeling van de kinderen vanwege hun problematiek
  • 63 % van de kinderen zich zorgen maakt over de eigen ontwikkeling
  • 58 % van de ouders vindt dat er tijdens hun behandeling in de GGZ onvoldoende aandacht aan de kinderen besteed wordt
  • 72 % van de ouders meer rechtstreekse aandacht voor de kinderen wens

Deze resultaten tonen dat het belangrijk is om met cliënten te praten over hun kinderen en het ouder zijn.

Mood and Resilience Offspring (MARIO) project (2016-2017) VUmc Amsterdam en Erasmus medisch centrum Rotterdam.

Reden 3: kindermishandeling heeft verreikende gevolgen op de gezondheid en het welbevinden van kinderen.

Kindermishandeling heeft verreikende gevolgen op zowel de gezondheid als het welbevinden in de kindertijd en de volwassenheid.

Lichamelijke gevolgen variëren van blauwe plekken en schaafwonden, over breuken en gebrek aan hygiëne, tot seksueel overdraagbare aandoeningen, zwangerschap, handicap, etc. In extreme gevallen kan het kind aan de lichamelijke gevolgen overlijden.

Daarnaast remt kindermishandeling de ontwikkeling af en kan het leiden tot neurologische problemen en groeistoornissen.

Op emotioneel vlak schaadt kindermishandeling het vertrouwen van het kind in de buitenwereld, wat de sociale omgang met anderen verstoort. Wantrouwen en relationele problemen komen veel voor. Het kind zoekt de schuld voor het gedrag van de mishandelende ouder vaak bij zichzelf en krijgt hierdoor een verwrongen, negatief beeld van zichzelf en een beschadigd zelfvertrouwen.

De stress die gepaard gaat met de mishandeling leidt bovendien tot een overactief stress-systeem en allerlei psychische problemen zoals stemmingsstoornissen, angststoornissen, een posttraumatische stressstoornis, slaapproblemen, etc.
Kindermishandeling heeft daarnaast grote gevolgen op de gezondheid en het welbevindingen in de volwassenheid. Traumatische en ingrijpende jeugdervaringen bepalen in hoge mate de latere gezondheid en het welbevinden van volwassenen. Ze leiden tot een sterk verhoogd risico op ernstige en levenslange geestelijke en lichamelijke gevolgen en betekenen een grote gezondheidskost voor de samenleving.

Reden 4: verontrusting wordt doorgaans opgespoord door hulpverleners die in contact komen met de kinderen zelf.

De helft van de meldingen zijn afkomstig van hulpverleners die in contact komen met kinderen. Verontrusting wordt vrijwel nooit opgespoord via hulpverleners die in contact komen met enkel de ouders wat een gemiste kans is. Heel wat kinderen die in een verontrustende gezinssituatie opgroeien maar niet in contact komen met een hulpverlener blijven zo buiten beeld.

In Nederland zijn hulpverleners die werken met volwassen cliënten sinds 2013 verplicht om een Kindcheck uit te voeren. Dit houdt in dat zij tijdens de behandeling nagaan of een cliënt zorgdraagt voor minderjarige kinderen en of de kinderen veilig kunnen opgroeien.

Onderzoek laat zien dat dankzij de invoering van de Kindcheck kinderen die in een verontrustende gezinssituatie verkeren vroegtijdig in beeld komen wat het mogelijk maakt om in een vroeg stadium hulp in te schakelen. De introductie van de Kindcheck in de spoedafdeling van vijf ziekenhuizen leidde in Nederland tot 60 keer meer meldingen van kindermishandeling vanuit de spoedeisende hulp. Het merendeel van de meldingen (91%) bleek achteraf terecht en driekwart van de gemelde kinderen was nog niet eerder bekend bij Veilig Thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van Nederland).