Relevantie

Heel wat hulpverleners werken vandaag vraag-gestuurd en zijn niet geneigd om naar de kinderen en het ouderschap te vragen wanneer de cliënt hier zelf geen hulpvraag over heeft. De Kindreflex streeft er echter naar om hier wel systematisch bij stil te staan en dit om volgende vier redenen:

REDEN 1: VLAANDEREN TELT HEEL WAT KINDEREN DIE OPGROEIEN BIJ EEN OUDER MET PSYCHISCHE PROBLEMEN WAT NEGATIEVE GEVOLGEN KAN HEBBEN VOOR HUN WELBEVINDEN

In Vlaanderen zijn er op jaarbasis naar schatting 378.000 KOPP-kinderen. Deze inschatting is vermoedelijk een onderschatting, aangezien heel wat ouders hun psychisch probleem niet erkennen. Onderzoek toont aan dat opgroeien bij een ouder met een psychisch probleem nefaste gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling, het gedrag en de beleving van kinderen (Hosman et al., 2009). Minstens een derde van de KOPP-kinderen ontwikkelt later zelf een ernstig en langdurig psychisch probleem. Nog eens een derde ervaart problemen van voorbijgaande aard. Andere cijfers laten zien dat KOPP-kinderen 5 keer vaker in contact komen met de geestelijke gezondheidszorg dan andere kinderen. Dit komt deels doordat psychische problemen het opvoederschap van ouders sterk beïnvloeden.Veelvoorkomende opvoedingsproblemen bij ouders met psychische problemen zijn (Bifulco et al.2002; De Dekker et al., 2014; Elgar et al., 2007; Harnish et al., 1995; Murray et al., 2003; Van der Maas, 2010):

  • Niet of gespannen reageren
  • Extreem kritisch of vijandig zijn
  • Een chaotische, onvoorspelbare opvoedstijl hanteren
  • Moeilijkheden hebben met het regelen van het huishouden
  • Beschikken over beperkte opvoedkennis en -vaardigheden
  • Moeilijkheden hebben om opvoedkundige taken ter harte te nemen
  • Tekortschieten bij administratieve taken
Fleche-relevantie
378000

KOPP-kinderen die opgroeien bij een ouder met een psychisch of een verslavingsprobleem

REDEN 2: CLIËNTEN MET KINDEREN VOELEN ZICH IN DE GGZ NIET ALTIJD EVEN GOED ONDERSTEUND IN HUN ROL ALS OUDER

Een recent Nederlands onderzoek uitgevoerd bij KOPP-kinderen en hun ouders toont dat:

73%

van de ouders zich zorgen maakt over de ontwikkeling van de kinderen vanwege hun problematiek

63%

van de kinderen zich zorgen maakt over de eigen ontwikkeling

58

van de ouders vindt dat er tijdens hun behandeling in de GGZ onvoldoende aandacht aan de kinderen besteed wordt

72

van de ouders meer rechtstreekse aandacht voor de kinderen wenst

Deze resultaten tonen dat het belangrijk is om met cliënten te praten over hun kinderen en het ouder zijn.

REDEN 3: KINDERMISHANDELING HEEFT VERREIKENDE GEVOLGEN OP DE GEZONDHEID EN HET WELBEVINDEN VAN KINDEREN

Kindermishandeling heeft verreikende gevolgen op zowel de gezondheid als het welbevinden in de kindertijd en de volwassenheid.

Lichamelijke gevolgen variëren van blauwe plekken en schaafwonden, over breuken en gebrek aan hygiëne, tot seksueel overdraagbare aandoeningen, zwangerschap, handicap, etc. In extreme gevallen kan het kind aan de lichamelijke gevolgen overlijden.

Daarnaast remt kindermishandeling de ontwikkeling af en kan het leiden tot neurologische problemen en groeistoornissen.

Op emotioneel vlak schaadt kindermishandeling het vertrouwen van het kind in de buitenwereld, wat de sociale omgang met anderen verstoort. Wantrouwen en relationele problemen komen veel voor. Het kind zoekt de schuld voor het gedrag van de

mishandelende ouder vaak bij zichzelf en krijgt hierdoor een verwrongen, negatief beeld van zichzelf en een beschadigd zelfvertrouwen.

De stress die gepaard gaat met de mishandeling leidt bovendien tot een overactief stress-systeem en allerlei psychische problemen zoals stemmingsstoornissen, angststoornissen, een posttraumatische stressstoornis, slaapproblemen, etc.

Kindermishandeling heeft daarnaast grote gevolgen op de gezondheid en het welbevindingen in de volwassenheid. Traumatische en ingrijpende jeugdervaringen bepalen in hoge mate de latere gezondheid en het welbevinden van volwassenen. Ze leiden tot een sterk verhoogd risico op ernstige en levenslange geestelijke en lichamelijke gevolgen en betekenen een grote gezondheidskost voor de samenleving.

REDEN 4:
VERONTRUSTING WORDT DOORGAANS OPGESPOORD DOOR HULPVERLENERS DIE IN CONTACT KOMEN MET DE KINDEREN ZELF

De helft van de meldingen zijn afkomstig van hulpverleners die in contact komen met kinderen. Verontrusting wordt vrijwel nooit opgespoord via hulpverleners die in contact komen met enkel de ouders wat een gemiste kans is. Heel wat kinderen die in een verontrustende gezinssituatie opgroeien maar niet in contact komen met een hulpverlener blijven zo buiten beeld.

In Nederland zijn hulpverleners die werken met volwassen cliënten sinds 2013 verplicht om een Kindcheck uit te voeren. Dit houdt in dat zij tijdens de behandeling nagaan of een cliënt zorg draagt voor minderjarige kinderen en of de kinderen veilig kunnen opgroeien.

Onderzoek laat zien dat dankzij de invoering van de Kindcheck kinderen die in een verontrustende gezinssituatie verkeren vroegtijdig in beeld komen wat het mogelijk maakt om in een vroeg stadium hulp in te schakelen. De introductie van de Kindcheck in de spoedafdeling van vijf ziekenhuizen leidde in Nederland tot 60 keer meer meldingen van kindermishandeling vanuit de spoedeisende hulp. Het merendeel van de meldingen (91%) bleek achteraf terecht en driekwart van de gemelde kinderen was nog niet eerder bekend bij Veilig Thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van Nederland).

91

Het merendeel van de meldingen (91%) bleek achteraf terecht en driekwart van de gemelde kinderen was nog niet eerder bekend bij Veilig Thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling van Nederland).