Stappenplan

3 Stap 3
Hoe voer je een KOPP-preventiegesprek met de ouder(s)?

Een KOPP-preventiegesprek dient in de eerste plaats om ouders te versterken in hun ouderrol en via deze weg de veerkracht van de kinderen te versterken. Idealiter wordt het gesprek met de cliënt en de partner gevoerd. Wanneer de cliënt geen partner heeft, is het aan te bevelen om een vertrouwenspersoon van het kind te betrekken.

Focus tijdens het gesprek op volgende 4 pijlers:

  1. Pijler 1: vertel de ouders dat het belangrijk is om hun kinderen goed te informeren over wat er aan de hand is. 
    Leg hen uit dat dit de kinderen helpt om zich niet onnodig zorgen te maken en de dingen voorspelbaar te maken. Motiveer ouders om hun kinderen zelf te informeren over de psychische problemen en de behandeling. Geef aan dat er allerlei boekjes, brochures en websites over KOPP bestaan, die de kinderen kunnen helpen. Op de website “www.ikmaakdeklik.be” zijn allerlei materialen te vinden. Wanneer de ouders het niet zien zitten om de kinderen zelf te informeren, stel hen dan voor om het gesprek met de kinderen samen te doen. Wanneer ouders weigerachtig staan tegenover het informeren van hun kinderen, probeer dan naar een andere – voor de ouders aanvaardbare – manier te zoeken om de kinderen te informeren.
  2. Pijler 2: leg ouders uit dat het voor de kinderen belangrijk is om kindgerichte activiteiten te kunnen doen.
    Naast kindgerichte activiteiten zijn sociale contacten voor de kinderen van groot belang. Stimuleer ouders om iets leuk met de kinderen te doen (bv. een gezelschapsspel spelen), de kinderen toestemming te geven om bij een vriendje te gaan spelen of de kinderen in te schrijven in een sportclub.
  3. Pijler 3: leg ouders uit dat het voor de kinderen belangrijk is dat ze met hun verhaal, hun zorgen en hun vragen bij iemand buiten het gezin terechtkunnen.
    Kinderen verbieden om met iemand over de ouderproblematiek te praten, zorgt ervoor dat ze zich alleen voelen. Ga samen met de ouder na of er al steunfiguren zijn in het leven van de kinderen. Bekijk wie deze rol kan vervullen indien dit nog niet het geval is. Dit kan gelijk wie zijn: een familielid, leerkracht, iemand van de jeugdbeweging, een buur, etc.
  4. Pijler 4: wijs ouders erop dat het belangrijk is om stil te staan bij de emoties van hun kinderen.
    Nodig hen uit om geregeld aan de kinderen te vragen hoe het met hen gaat, om interesse te tonen voor hun leefwereld, hobby’s, ervaringen op school, vrienden, etc. De kinderen krijgen zo het gevoel dat ze hun emoties mogen uiten, wat ondersteunend werkt.

Een KOPP-preventiegesprek dient in de eerste plaats om ouders te versterken in hun ouderrol en via deze weg de veerDe volgorde waarin je de 4 pijlers ter sprake brengt, doet er niet toe. Het is ook mogelijk dat de 4 pijlers niet evenwaardig aan bod komen of dat de ouders weigerachtig staan tegenover een van de pijlers. Bruskeer in dat geval niet, maar wees tevreden met wat de ouders wel weten te realiseren.

Hoe betrek en ondersteun je relevante personen uit de context van de cliënt?

  1. Ondersteun de andere ouder:
    • vraag naar het welzijn van de andere ouder;
    • bekijk of iemand uit het sociale netwerk mee ingeschakeld kan worden voor de opvoedingstaken;
    • informeer de andere ouder over ondersteuningsmogelijkheden en motiveer hem om zo nodig stappen te zetten.
  2. Ondersteun de andere ouder:
    • Licht sleutelfiguren in en informeer hen over de situatie. Zo kunnen ze extra aandacht besteden aan het kind en steun bieden tijdens moeilijke momenten. Vraag hiervoor wel eerst de toestemming van de cliënt.

Hoe kan je op een open en niet-controlerende manier naar de kinderen en het ouderschap vragen?

Besteed aandacht aan de kinderen en familieleden die bij de cliënt op bezoek komen:

  • zorg voor een vriendelijk onthaal van de kinderen en de familieleden;
  • vraag hoe het met hen gaat en ga na of zij met bepaalde vragen zitten;
  • luister aandachtig en let op non-verbaal gedrag;
  • maak tijd vrij voor de kinderen en de familie – stap uit je rol van hulpverlener;
  • geef een rondleiding op de afdeling;
  • spreek op een open en eerlijke manier.

Stimuleer de interactie tussen ouder en kind:

  • moedig bezoek van de kinderen en familieleden aan;
  • vraag de kinderen om een kaartje, mailtje, sms’je of brief te schrijven of een tekening te maken;
  • zorg ervoor dat belangrijke familiedagen niet uit het oog worden verloren (verjaardagen, familiefeesten, moeder- en vaderdag, etc.);
  • zorg ervoor dat ouders en kinderen voldoende privacy hebben om tijdens een bezoek met elkaar te praten.

Besteed bijzondere aandacht aan weekendbezoek en ontslag uit de afdeling:

  • maak deze momenten zeker voor jongere kinderen voorspelbaar door een kalender te gebruiken, waarop je aanduidt wanneer de ouder naar huis komt;
  • sta open voor vragen van het kind en de familie hierover;
  • bespreek met de ouders het verloop en de impact van het weekendbezoek en het ontslag.