Stappenplan

4 Stap 4
Wat is een verontrustende situatie ?

Volgens het decreet Integrale Jeugdhulp is er sprake van verontrusting wanneer de ontwikkelingskansen van een minderjarige bedreigd zijn.

Dat kan het geval zijn als de provisie-, protectie- of participatierechten van de minderjarige worden geschonden. Maar ook als de psychische, fysieke of seksuele integriteit van een minderjarige of één of meer gezinsleden wordt aangetast.

Een aantal begrippen uit deze definitie lichten we even toe:

  • provisierechten: het recht op toegang tot bepaalde voorzieningen en diensten (bv. gezondheidszorg, onderwijs, rust, ontspanning en aangepaste zorg voor kinderen met een beperking);
  • protectierechten: het recht op bescherming tegen schadelijke praktijken (bv. bescherming tegen commerciële of seksuele uitbuiting en fysieke of mentale mishandeling);
  • participatierechten: het recht om gehoord te worden bij beslissingen die je leven beïnvloeden (bv. vrijheid van spreken en van mening, vrijheid van cultuur, godsdienst of taal).

Op welke risicofactoren moet
je letten?

Risicofactoren bij de ouder en het gezin:

  • ouder met een verleden van mishandeling;
  • ouder met een lage scholing;
  • ouder met een beperkt cognitief vermogen;
  • ouder met een verslaving, psychisch probleem of persoonlijkheidsstoornis;
  • ouder met een gebrek aan empathie voor het kind;
  • ouder die op een destructieve manier met anderen omgaat;
  • ouder met rigide en gebrekkige communicatiepatronen;
  • gezinnen met partnergeweld;
  • relatieproblemen bij de ouders, waaronder echt- en vechtscheidingen.

Risicofactoren bij het kind:

  • ongewenst kind;
  • kind met een ziekte of handicap
  • kind met een lastige persoonlijkheid, gedrags- of ontwikkelingsprobleem;
  • stief-, pleeg- of adoptiekind;
  • prematuur geboren kind (verhoogd risico op hechtingsproblemen);
  • kind tussen 0 en 3 jaar (meer kwetsbaar, afhankelijk, eisend en egocentrisch).

Risicofactoren in de omgeving:

  • armoede;
  • zwak sociaal netwerk;
  • criminaliteit;
  • geweld in de leefomgeving;
  • gebrek aan adequate kinderzorg.

Op welke beschermende factoren moet je letten?

Beschermende factoren voor de ouder en het gezin:

  • minder ernstige problematiek en milde symptomen;
  • beschikbaarheid andere ouder;
  • beschikbaar als ouder in stabiele periodes
  • sociale competenties.

Beschermende factoren voor het kind:

  • creativiteit;
  • temperament dat goed bij de ouder past;
  • hogere intelligentie;
  • sociale competentie;
  • gedrevenheid;
  • groot probleemoplossend vermogen;
  • groot begrip en inzicht in zichzelf en anderen;
  • positieve schoolervaringen;
  • groot gevoel van zelfwaarde;
  • goede band met beschermende volwassenen;
  • positieve ervaringen met leeftijdsgenoten;
  • veel ontspannende activiteiten;
  • oudere leeftijd.

Beschermende factoren in de omgeving:

  • uitgebreid sociaal netwerk;
  • contact met hulpverlening;
  • positieve kijk op de samenleving.

Welke instrumenten kan je gebruiken om de situatie in te schatten?

In Vlaanderen maken heel wat hulpverleners gebruik van de Lijst voor Screening en Interventie Keuze (SIK-lijst) voor een risico-inschatting van de thuissituatie en om op basis hiervan tussen te komen of te verwijzen (zie bijlage 3). De SIK-lijst levert echter geen genormeerde scores op. Het is eerder een theoretisch gefundeerd hulpmiddel voor de praktijk. Daarnaast bestaan er meer geavanceerde risicotaxatie-instrumenten om verontrusting te signaleren en eventuele blinde vlekken in kaart te brengen. Er zijn verschillende Nederlandstalige risicotaxatie-instrumenten, maar de meeste kennen een lage validiteit en betrouwbaarheid. Toch kunnen ze helpen om de blik te verruimen met aandacht voor relevante signalen en beschermende factoren, wat noodzakelijk is om tot een gefundeerde mening te komen en een subjectief oordeel expliciet te maken.
De instrumenten helpen ook bij de bespreking van de situatie met de collega’s en de cliënt. Het Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK) wordt in Vlaanderen het vaakst door hulpverleners gebruikt (zie bijlage 4). De LIRIK maakt een inschatting van de huidige veiligheidssituatie van het kind en van de toekomstige risico’s. LIRIK helpt bij het inzichtelijk maken van de balans tussen risico- en beschermende factoren. Een nadeel is dat het instrument geen handvatten aanreikt over hoe zwaar hulpverleners risicofactoren moeten wegen. De professional bepaalt uiteindelijk zelf hoe hij de risicofactoren inschat om tot een eindoordeel te komen

Geen enkel instrument is in staat om op accurate wijze te bepalen of een opvoedingssituatie verontrustend is. Ze geven enkel richting. Houd daarom rekening met deze aandachtspunten: 

  • Vertrouw niet blind op de uitkomst van een risicotaxatie-instrument. Sta kritisch ten aanzien van de bevindingen.
  • Maak een veiligheids- en risico-inschatting nooit alleen. Houd er rekening mee dat je eigen normen, waarden en ervaringen een invloed hebben op de manier waarop je de situatie interpreteert. Bespreek je conclusies daarom altijd met een collega of andere expert en bekijk of er geen alternatieve interpretatie of verklaring mogelijk is.
  • Ga altijd in gesprek met ouders over de conclusies die je samen met je collega’s trekt. Sta open voor andere verklaringen die jouw interpretatie tegenspreken.

Hoe en waarvoor kan je de gemandateerde voorzieningen consulteren?

Hulpverleners die nood hebben aan het advies van een expert om de situatie in te schatten, kunnen een beroep doen op de consultfunctie van de twee gemandateerde voorzieningen: de Vertrouwenscentra Kindermishandeling en de Ondersteuningscentra Jeugdhulp. Consultgesprekken verlopen telefonisch en gebeuren op basis van anonieme cliëntgegevens. Hier telefoonnummers geven.
Wat is een consult?

  • Een consult is een reflectie over het omgaan met verontrusting. Het kan pistes aanreiken die de horizon van de consultvrager verbreden, zodat hij weer handelingsmogelijkheden
    ziet.
  • De hulpverlener die een consult vraagt, blijft verantwoordelijk voor de opvolging van de cliënt en het al dan niet nemen van volgende stappen.
  • Consultvragen leiden alleen tot een effectieve aanmelding bij een gemandateerde voorziening als de consultvrager dit zelf beslist en meldt.

Wat is een consult niet?

  • Een consult is geen melding bij een OCJ of VK.
  • Het is ook geen formeel oordeel over maatschappelijke noodzaak.

Hoe bespreek je jouw bevindingen met de cliënt?

Tips:

  • Zet op een rij wat je al weet. Zo wordt duidelijk waarover je nog niet veel weet en dus verder moet doorvragen. Het gesprek moet je helpen om een beslissing te nemen en een vervolgstap te kiezen.
  • Benoem je zorgen zo concreet mogelijk. “Ik maak me zorgen om de kinderen” is niet concreet. “De kinderen krijgen drie keer in de week geen eten mee naar school” is wel concreet.
  • Formuleer je zorgen aan de hand van feiten zonder een oordeel te vellen.
  • Kijk niet alleen naar de zorgen en problemen, maar ook naar wat goed gaat. Benoem positieve zaken en complimenteer de cliënt hiervoor. Zo leg je verbinding met de cliënt.
  • Vermijd termen als verwaarlozing of kindermishandeling. Gebruik neutrale termen als “Ik maak me een beetje zorgen over uw kind en of het wel goed in zijn vel zit.”
  • Neem de tijd. Zorg ervoor dat er tijd is om het gesprek eventueel te laten uitlopen.
  • Zorg dat er een tolk aanwezig is als de cliënt niet goed Nederlands spreekt.