Terugblik Infomoment Kindreflex

Op en 14 en 15 februari 2019 werden 2 Infomomenten rond de Kindreflex georganiseerd.

Het ‘brandend platform’ voor de Kindreflex stond hier centraal: wat weten we uit wetenschappelijk onderzoek over de nood aan instrumenten zoals de Kindreflex? Hoe werd de Kindreflex ontwikkeld? Wat is de visie van cliënten en experten?…

Hieronder een korte impressie van het verloop van deze dagen.

De “Monitor Kindreflex” peilt naar uw ervaringen en gebruik van de kindreflex.

Wat? Hoe? Wie? Wanneer?

picto_info

Wat?

De Kindreflex heeft een brede scope en streeft 2 doelstellingen na:

  • De Kindreflex stimuleert hulpverleners met hun volwassen cliënten een gesprek te voeren over het thema ouderschap. Ouders krijgen de kans om in alle vrijheid over de kinderen en hun bezorgdheden te praten. Waar nodig ondersteunen hulpverleners de ouders in hun rol als moeder of vader.
  • De Kindreflex helpt hulpverleners verontrustende gezinssituaties te detecteren en de veiligheid zo snel mogelijk te herstellen.
picto_hoe

Hoe?

Het uitvoeren van de Kindreflex verloopt in 6 stappen:

  • stap 1: voer een gesprek over de kinderen en het ouderschap;
  • stap 2: peil naar de veiligheid thuis en het welzijn van de kinderen;
  • stap 3: ondersteun de cliënt in zijn rol als ouder;
  • stap 4: ga verder na of er sprake i s van verontrusting en bereidheid;
  • stap 5: herstel de veiligheid;
  • stap 6: betrek een gemandateerde voorziening.

Hulpverleners zetten de eerste 3 stappen standaard bij elke cliënt. De 3 vervolgstappen zijn afhankelijk van de situatie; ze zijn niet altijd aan de orde.

Het voorgestelde stappenplan is een generiek basismodel. Iedere voorziening is vrij om een gepersonaliseerde versie van het stappenplan uit te werken dat aansluit bij de eigen manier van werken.

Stappenplan

picto_wie

Wie?

Alle hulpverleners binnen de GGZ (psychiaters, psychologen, maatschappelijk werkers, verpleegkundigen) die werken met volwassenen, sporen we aan om de Kindreflex te doen.

Via de volwassen cliënt spelen hulpverleners in op het welzijn van de kinderen. Ze signaleren en herstellen verontrustende situaties zonder de kinderen zelf te zien.

Een hulpverlener hoeft niet het hele stappenplan alleen door te lopen. Elke hulpverlener heeft zijn eigen verantwoordelijkheden en competenties. Het is niet de bedoeling dat hulpverleners zaken opnemen waarover ze geen expertise hebben en zich onzeker voelen. Wel verwachten we dat elke hulpverlener de kennis en kunde heeft om de eerste 2 stappen van de Kindreflex te zetten. De 4 vervolgstappen kunnen een gedeelde verantwoordelijkheid zijn binnen een voorziening of ruimer netwerk.

picto_wanneer

Wanneer?

Hulpverleners doen de Kindreflex standaard bij elke cliënt. De eerste 2 stappen van het plan worden bij voorkeur bij aanvang van de begeleiding uitgevoerd.

Heel wat hulpverleners werken vandaag vraaggericht en zijn niet geneigd om naar de kinderen en het ouderschap te vragen wanneer de cliënt hier zelf geen hulpvraag over heeft. De Kindreflex wil hier wel systematisch bij stilstaan om 4 redenen:

  1. Reden 1:
    Vlaanderen telt heel wat kinderen die opgroeien bij een ouder met psychische problemen wat negatieve gevolgen kan hebben voor hun welbevinden. Lees meer
  2. Reden 2:
    cliënten met kinderen voelen zich in de GGZ niet altijd even goed ondersteund in hun rol als ouder. Lees meer
  3. Reden 3:
    kindermishandeling komt minder frequent voor, maar heeft verreikende gevolgen. Lees meer
  4. Reden 4:
    verontrusting wordt doorgaans opgespoord door hulpverleners die in contact komen met de kinderen zelf. Lees meer